Zien wij Jezus als koning?

 Tweeduizend jaar geleden gebeurde er iets in Bethlehem dat de wereld voor altijd zou veranderen – onze Redder en Koning werd geboren.

Dit was een gebeurtenis waar men al lang naar uit keek, maar toch toen de engel van de HEER tot de herders verscheen, waren ze gevuld met grote angst.

 De engel herkenden deze angst in de herders, en daarom waren zijn eerste woorden:

“Wees niet bang… ”

(Lukas 2:10)

Waarom waren de herders bang voor de engel? En hoe was de geboorte van Jezus het tegengif voor deze angst?

Om het antwoord op deze vragen te vinden, moeten we terug gaan naar de tuin van Eden, waar we de aanwezigheid van angst voor het eerst zien.

The oorsprong van angst

Nadat Adam van de boom van de kennis van goed en kwaad had gegeten, sprak hij de volgende woorden tot de HEER:

“… ik hoorde u in de tuin, en werd bang, omdat ik naakt ben… ”

(Genesis 3:10)

Adam vreesde de aanwezigheid van God omdat hij naakt was. Hij had van de verboden boom gegeten, en had daardoor de soevereiniteit van God verworpen. Als resultaat verloor hij zijn “kleed van licht”, werd naakt, en angst vond een plaats in hem.

Waar zijn we bang voor?

We zien veel voorbeelden in het Oude Testament van mensen die bang waren voor de aanwezigheid van God, waaronder:

    • Het volk Israël die bang was van God bij de Berg Sinaï.
    • Gideon was bang toen hij merkte dat hij in de aanwezigheid van de engel van de Heer was.
    • Jesaja was bang toen hij de HEER in een visioen zag.

De angst voor God was ook aanwezig in het Nieuwe Testament – Zacharias was bang toen hij de engel van de HEER zag die hem vertelde dat hij een zoon zal krijgen.

Als gevallen mens, die de soevereiniteit van God verworpen heeft, vrezen wij Zijn aanwezigheid, want om Hem te zien in onze naakte staat resulteert in onze dood.

“…geen mens kan mij zien en in leven blijven. ”

(Exodus 33:20)

We kunnen nu begrijpen waarom de herders zo bang waren.

Het tegengif voor onze angst

Maar dit veranderde allemaal met de geboorte van onze Redder en Koning.

“Vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de HEER.”

(Lukas 2:11) 

Bij Zijn geboorte verkondigde de engel dat we niet meer bang hoeven te zijn. Onze Redder was aangekomen. Door Zijn dood aan het kruis op Golgotha zou Jezus de prijs betalen voor al onze zonden – onze afwijzing van Hem. Hij verrees op de derde dag als Koning, nadat hij de macht van de dood had overwonnen. Onze relatie met Hem kon nu hersteld worden, onze naaktheid kon weer bedekt worden door het kleed van Zijn licht.

Wanneer we Jezus erkennen als onze huidige Koning kan ons kleed van licht hersteld worden die oorspronkelijk verloren was doordat Adam de soevereiniteit van God had afgewezen. 

Op zoek naar de koning

Op de dag van de opstanding zocht Maria Magdalena haar Koning. Hij verscheen aan haar en noemde haar bij naam.

“Maria stond nog bij het graf en huilde… ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd’… ‘Waarom huil je?’ Vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan… Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’…”

(Johannes 20: 11-17)

Om iemand bij zijn naam te noemen heeft een diepe betekenis die in onze moderne tijd vaak verloren gaat. Het signaleert dat er een dieper niveau van relatie is bereikt.

Het is tegenwoordig gebruikelijk om iemand bij zijn voornaam aan te spreken, maar dit is niet altijd zo geweest. Nog kort geleden was het heel normaal om iemand te adresseren met hun titel. Voornamen werden pas gebruikt waneer een relatie dieper en intiemer was geworden.

Toen Jezus Maria haar naam uitriep, gaf dit aan dat er een dieper relatie tussen de twee was ontstaan. Hij nam haar in Zijn bezit. 

Dit concept van ‘roepen bij naam’ en ’in bezit nemen’ is verder geïllustreerd in de relatie tussen het Huis van Israël en de HEER.

“…Israël, wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!

(Jesaja 43:1)

Maria Magdalena illustreert het volk Israël, de aanstaande bruid – die verlost is, bij haar naam geroepen is en het kostbare bezit van de HEER is.

Wanneer wij, als Israëlieten, onze Koning zoeken, zal Hij ons roepen. Wij zullen Zijn kostbare bezit worden die bekleed word met Zijn kleed van licht.

Wat is het kleed van licht?

Het kleed van licht wordt geïllustreerd door de diepgaande woorden die Jezus tot Maria sprak, waarin Hij zei dat:

“Zijn Vader haar Vader is, en Zijn God, haar God.”

Door deze woorden getuigde Jezus van wat er al in haar hart had plaatsgevonden. Hij erkende haar totale trouw in Hem als Koning.

Deze woorden weerspiegelen de woorden die Ruth tot Naomi sprak, vlak voordat ze de Jordaan overstaken op weg naar Bethlehem. Het was op dit punt dat Orpa vertrok en terugkeerde naar ‘haar mensen’ en ‘haar goden’, terwijl Ruth zich vast klemde aan Naomi, en zei:

“uw volk, mijn volk en uw God, mijn God.”

(Ruth 1:16 letterlijke Hebreeuwse vertaling)

Dit was een diepgaande verklaring van trouw en loyaliteit die Ruth gaf. Het was voor deze actie dat Boaz, haar redder, haar ‘beklede’ met de naam ‘deugdzame vrouw ‘.

“Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht…”

(Ruth 2:12)

“Daarom, mijn dochter, wees niet bang. Ik zal doen wat je van me vraagt; iedereen in de stad weet immers dat je een deugdzame vrouw bent.”

(Ruth 3:11)

Dus hier kunnen we zien dat het kleed van licht de erkenning is van de realiteit dat Jezus onze huidige Koning is.

Hoe zien we Jezus?

Als Christenen zien we Jezus als Redder, maar zien we Hem ook als onze huidige Koning? Zijn we net als Maria Magdalena en Ruth die hun volledige trouw in Hem plaatste en door zijn kleed van licht werden bedekt? Of zijn we zoals Adam en Orpa die naar een ander keken?

Wanneer we Jezus zien als Redder en Koning kunnen we volledig in Zijn aanwezigheid komen. We kunnen zonder angst in Zijn aanwezigheid staan, omdat we bedekt zijn door Zijn kleed van licht.

We erkennen dat Hij soeverein is. De duisternis heeft geen aanspraak op ons.

Het is door Zijn licht te tonen dat we onze lotsbestemming als Israëlieten vervullen – om Zijn glorie aan alle volken van de wereld te tonen.

“Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des HEREN gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de HERE opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang.”

(Jesaja 60:1-3)

Pin It on Pinterest

Deel dit