Deel 2: Waarom kon Zacheüs niet zien?

Wat verhinderde Zacheüs dat hij Jezus niet kon zien? En wat weerhoudt ons ervan hem te volgen?

In deze serie gaan wij ontdekken wat het betekent om een discipel te zijn en om dit te doen gebruiken we de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs als ons voorbeeld. 

Videotranscript

In het verhaal van Zacheüs, is het gebruikelijk om deze man als kort te beschouwen en dat hij hierdoor Jezus niet kon zien. 

Het zal je echter misschien verbazen dat Zacheüs niet per se een korte man was. Laten we eens kijken of we de echte reden kunnen vinden waarom Zacheüs Jezus niet kon zien.  En laten wij zien hoe wij deze les kennen implementeren in ons eigen leven.

In Lukas 19 vers 1 tot en met 3 lezen wij:

“Jezus ging Jericho in en trok door de stad.

Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar.

Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet, want hij was klein van stuk.”

Lukas 19:1-3

Uit deze drie verzen ontdekken we drie dingen over Zacheüs:

  1. Hij is hoofdtollenaar en rijk,
  2. Hij zoekt Jezus,
  3. Hij kan Jezus niet zien – vanwege de menigte en de feit dat hij ‘kort’ is.

ZACHEÜS HEEFT EEN VERLANGEN

Ik vind het interessant te vernemen dat het Zacheüs is die zoekt. Dit laat zien dat Zacheüs op een bepaald niveau niet tevreden is met zijn huidige positie in het leven. Hij mist iets. Ook al is hij rijk, wordt hij niet vervuld. Hij heeft een verlangen om te veranderen, en dit verlangen wordt uitgedrukt doordat hij probeert uit te vinden wie deze Jezus is die door zijn stad trekt.

Zacheüs kan hem echter niet zien, ook al wil hij dat wel… waarom is dit?

Vers drie vertelt ons dat het komt door de menigte en dat hij klein van stuk is.

Dit schetst een beeld dat Zacheüs een korte persoon is. De menigte rondom hem heen blokkeert zijn zicht.

Dit is allemaal volkomen logisch… Zacheüs lijkt gewoon pech te hebben. Hij kan Jezus niet zien vanwege zijn lengte… daar heeft hij zeker geen controle over… het is genetisch… zijn onvermogen om Jezus te zien, schijnt niet zijn eigen schuld te zijn.

Maar is dat wel zo? Of kan er ook een andere verklaring zijn?

Laten wij onderzoeken of Zacheüs echt een kleine man was.

WAS ZACHEÜS KORT?

Het Griekse woord dat in vers 3 als stuk is vertaald, is het woord ἡλικία. Dus Zacheüs is kort in ἡλικία.

Het woord .λικία heeft drie mogelijke betekenissen. Het kan duiden op zijn leeftijd, zijn hoogte, of zijn sociale status.

Nou is het onwaarschijnlijk dat ἡλικία in deze vers Zacheüs zijn leeftijd zou bedoelen. Hij was zeker geen jonge man, aangezien hij de functie van hoofdtollenaar had.

Het  zou wel zijn lengte kennen betekenen, hij had een kleine man kunnen zijn.

Wat echter een zeer interessante mogelijkheid lijkt te zijn, is dat Zacheüs een man was met een lage sociale status.

Hij was een rijke man. En als rijke man zou je verwachten dat hij vooraan in de menigte zou staan, op de ereplaats. Je zou niet verwachten dat een man met een hoge sociale status achterin de menigte wordt geduwd.

Maar dit is waar we Zacheüs vinden – achterin de menigte… ook al is hij rijk.

Hoe kan dat eigenlijk? Wat voor schandaal heeft geleid tot zijn lage sociale status?

Hij wordt geïdentificeerd als een tollenaar, maar meer dan dit, hij is een hoofdtollenaar. 

Nu hadden tollenaars een bijzondere plaats in de cultuur van de eerste eeuw. Deze mensen werden veracht. Ze werden gerekend tot de zondaars van de samenleving… de ergste van de zondaars.

Dit zou de lage sociale status van Zacheüs verklaren en wederom waarom wij hem, ondanks zijn rijkdom, achterin de menigte vinden. 

DUS WAAROM KON ZACHEÜS NIET ZIEN?

We hebben nu een duidelijker beeld over Zacheüs s. 

Hij is een man die ontevreden is over zijn huidige positie in het leven. Hij erkent dat er iets ontbreekt en dit uit zich in een verlangen om te zien wie Jezus is. Hij kan hem echter niet zien. Hij kan niet zien wie Jezus is vanwege wat hij zelf is… een zondaar. 

Uiteindelijk is het zijn zonde die zichzelf van Jezus scheidt, en daarom kan hij Hem niet zien.

Maar waarom werden tollenaars in de eerste eeuw als zulke grote zondaars beschouwd? En hoe verhoudt dit zich tot onze eigen status als zondaars vandaag?

Om deze vragen te beantwoorden, moeten we iets begrijpen over belastingen in de eerste eeuw.

BELASTINGEN IN DE EERSTE EEUW

Gedurende deze tijd stond Judea onder de controle van het Romeinse rijk. De inwoners van Judea betaalden daarom belasting aan twee afzonderlijke autoriteiten.

Eerst betaalden ze de tempelbelasting en een tiende van hun oogst aan de tempel in Jeruzalem. Deze betalingen werden opgelegd door de Torah en werden gebruikt om het religieus en burgerlijk bestuur van het land te onderhouden.

Naast deze betalingen zouden de mensen ook belasting aan Rome moeten betalen. 

De stad Rome zelf was overbevolkt en onderbezet. Het had de middelen van zijn externe provincies nodig om het rijk te ondersteunen.

Elk veroverde provincie werd beoordeeld op haar inkomstenpotentie en de gouverneur van de provincie was verantwoordelijk dat dit bedrag werd geïnd. De gouverneur zou een systeem gebruiken dat bekend staat als ‘tax farming’ om de inkomsten te innen.

Bij ‘tax farming’ werd de functie van hoofdtollenaar uitbesteed. De succesvolle aanvrager zou de betaling garanderen die de gouverneur nodig had. De hoofdtollenaar zou onderlingen inhuren om de belasting van de mensen te innen met de steun van Rome. Er werd meer geld opgehaald bij de burgers dan wat Rome eiste. Dit overschot was de winst voor de tollenaars. Dit systeem leidde natuurlijk tot corruptie en er werd een zeer zware last op de bevolking gelegd – een last die geschat is tussen de 50 en 80%.

Tollenaars waren onderdrukkers en vele mensen hebben geleden vanwege hun corrupte praktijken.  Maar de kern van hun zonde legt niet in het onderdrukken… om de kern van hun zonde te vinden moeten wij dieper graven.

WAT SYMBOLISEERT ROME?

Door het innen van de belastingen voor Rome werd de autoriteit van Rome gevalideerd door de bevolking. 

Maar wat symboliseert de autoriteit van Rome, en wat  is de claim die gevalideerd werd met het innen van de belasting?

Laten wij een korte geschiedenisles nemen.

In 44 voor Christus werd Julius Caesar vermoord en twee jaar later werd hij door de Romeinse senaat goddelijk verklaart. Zijn geadopteerde zoon Octavian werd bekend als de ‘zoon van God’ en hij nam deze titel met enthousiasme aan.

De jaren rond de moord van Julius Caesar waren erg onstabiel en er was een burgeroorlog die eindigde in het jaar 27 voor Christus toen Octavian tot de troon besteeg.

Dit was het de einde van de Romeinse Republiek en het begin van het Romeinse Rijk.

Octavian nam de titel van Caesar Augustus aan. Er was in die tijd geen scheiding tussen kerk en staat dus werd Caesar Augustus niet alleen bekeken als de ‘zoon van God’ maar ook de ‘hoge priester’.

Zijn opkomst aan de macht luidde een periode van stabiliteit in, die 200 jaar zou duren. Deze tijd staat bekend als de Pax Romana… de Romeinse vrede. 

De propaganda-afdeling van Augustus’ Rechtbank kwam in actie. Zijn historici en dichters vertelden op meesterlijke wijze het verhaal van de Romeinse geschiedenis.  Een nieuwe gouden eeuw was aangebroken met de geboorte van een kind dat vrede en welvaart over de hele wereld zou verspreiden.

De berichten waren duidelijk… dit is het goede nieuws, of het evangelie, van Caesar. Het tijdperk waar we allemaal op hebben gewacht en waar we lang naar uitgekeken hebben, is nu hier… We hebben nu een keizer! Vrede, rechtvaardigheid, veiligheid en welvaart zijn van ons! De zoon van god is de koning van de wereld geworden.

Octavian stierf in 14 na Christus. En de titel van Caesar Augustus werd overgedragen aan Tiberius.  Tiberius was Caesar toen de ontmoeting tussen Zacheüs en Jezus plaatsvond.

De opkomst van de Caesars valt dus samen met de groeiende verwachting in Judea van de geboorte van een Messias en zijn aanstaande komst, de ware zoon van God.

We hebben dus twee concurrerende ideologieën.

ZACHEÜS DE BEDRIEGER

Als hoofdtollenaar, onderdrukt Zacheüs niet alleen zijn landgenoten, wat al erg genoeg is, maar dwingt hij ook dat zij de claim van het goddelijkheid van Caesar valideren.

Zacheüs dwingt zijn landgenoten om de God van Israël af te wijzen en daardoor ook de soevereine claim van God over Zijn land en volk.

Zacheüs bedriegt niet alleen zijn eigen landgenoten, hij bedriegt zijn eigen God.

Zacheüs probeert, door zijn acties, de ideologie te valideren dat de mens, in dit geval geïllustreerd door Caesar en de macht van Rome, soeverein over God is. Dit is de zonde die haar oorsprong bevind in de Tuin van Eden.

ZONDE MAAKT BLIND

Zacheüs kon Jezus niet zien niet omdat hij klein was, maar omdat zijn ogen op een andere god gericht waren.

Zijn zonde, niet zijn lengte, scheiden hem van Jezus. Zijn zonde verblindde hem.

Alle zonde scheidt ons van God.  In principe is zonde een onafhankelijkheidsverklaring van God. Het is een verklaring van jou eigen soevereiniteit – het is een verklaring dat ik mijn eigen God ben, dat ik de dingen op mijn manier kan doen.

De grondslag van alle zonde is een verwerping van de allereerste van de tien geboden... Ik ben de Heer, uw God, u zult geen andere goden voor mij hebben.

Onze zonde verhindert ons te zien wie Jezus is, omdat onze focus op een andere god ligt… die uiteindelijk zijn uitdrukking vindt in onszelf.

ZONDER ZICHT KAN JE NIET VOLGEN

Als wij niet kunnen zien wie Jezus is, is het onmogelijk om Hem te volgen.  En als we Hem niet kunnen volgen is het onmogelijk om te worden zoals Hij.

De moeilijkste vraag die we onszelf kunnen stellen is waar plaatsen wij onszelf voor God? Waar vertrouwen wij niet op Hem maar wel op onze eigen vermogen om dingen te doen?

We moeten onszelf deze vraag op alle niveaus van onze samenleving stellen.

Waar vertrouw ik, en volg ik God niet met mijn eigen persoonlijke worstelingen?

Waar vertrouw ik, en volg ik God niet met mijn relaties?

Waar vertrouw ik, en volg ik God niet in interacties die ik met mijn medemens heb?

Waar ik getuige ben van afbraak, waar ik getuige ben van dingen die het gevolg zijn van een scheiding van God, tot wie of wat keer ik mij om de oplossing te zoeken, wie volg ik en volg ik werkelijk echt volledig?

Dit zijn diepe en ongelooflijk moeilijke vragen om te stellen, maar zo erg belangrijk – omdat ze ons zullen laten zien waar onze blinde hoeken zijn in onze relatie met God en wat ons ervan weerhoudt discipelen van Jezus te zijn.

In onze volgende aflevering gaan we zien wat Zacheüs uiteindelijk deed om Jezus te zien… hij deed iets ongelooflijk moedigs…. Hij klom in een boom.

Pin It on Pinterest

Deel dit